De leukste kat weetjes zijn de weetjes die ook iets verklaren. Waarom je kat 's nachts door het huis rent, waarom hij tegen je aan duwt met zijn kop, waarom een kitten zoveel slaapt: achter bijna elk kattengedrag zit een reden die teruggaat op hoe katten in elkaar zitten. Hieronder 25 feiten over katten en kittens, met telkens kort waarom het zo is.
Zintuigen
1. Een kat ruikt ongeveer veertig keer beter dan wij. Katten hebben ruwweg 200 miljoen geurcellen; mensen rond de 5 miljoen. Geur is voor een kat de belangrijkste manier om de omgeving te lezen — daarom is een verhuizing of een schoongemaakte bak zo ingrijpend.
2. Katten hebben een extra geurorgaan. Het orgaan van Jacobson zit achter de voortanden. Als je kat met een half open bek "stom" voor zich uit staart, gebruikt hij dat orgaan om een geur te analyseren. Dat heet flehmen.
3. Ze zien goed in schemer, niet in het donker. Katten hebben ongeveer zes tot acht keer minder licht nodig dan wij, dankzij een reflecterende laag achter het netvlies (het tapetum lucidum) — ook de reden dat kattenogen oplichten in een lampstraal. In volledige duisternis ziet een kat niets.
4. Dichtbij zien ze juist slecht. Alles binnen ongeveer 25 centimeter is voor een kat wazig. Daarom "mist" je kat soms een brokje vlak voor zijn neus en gebruikt hij zijn snorharen en neus om het te vinden.
5. Snorharen zijn tastorganen, geen haren. Ze zitten diep verankerd en registreren luchtstroming en afstand. Knip ze nooit bij: een kat raakt daardoor gedesoriënteerd.
6. Katten horen hoger dan honden. Het kattengehoor loopt door tot ongeveer 64 kHz — ruim boven ons bereik van circa 20 kHz. Dat komt van oorsprong goed uit bij het jagen op knaagdieren, die in hoge tonen communiceren.
7. Ze kunnen hun oren los van elkaar draaien. Elk oor heeft een tiental spieren en draait tot 180 graden, zodat een kat een geluid kan lokaliseren zonder zijn kop te bewegen.
8. Zoet proeven kunnen ze niet. Katten missen een werkend gen voor de zoetsmaakreceptor. Een kat die interesse toont in iets zoets, reageert op vet of op geur.
Gedrag en kattentaal
9. Volwassen katten miauwen vooral tegen mensen. Onderling communiceren volwassen katten met geur, houding en staart. Het miauwen is grotendeels een aangeleerd signaal richting ons — kittens miauwen wel naar hun moeder.
10. Spinnen betekent niet altijd tevreden. Katten spinnen ook bij pijn, spanning of bij de dierenarts. Het lijkt mede een zelfkalmerend mechanisme. Beoordeel spinnen dus altijd samen met de houding van de rest van het lichaam.
11. Kopjes geven is geuren afzetten. Bij die kopduw (bunting) laat je kat geur achter uit klieren op kop en wangen. Het is tegelijk een sociaal gebaar en een manier om jou als "bekend" te markeren.
12. Langzaam knipperen is een vriendelijk signaal. Een kat die je traag aankijkt en knippert, geeft aan zich op zijn gemak te voelen. Je kunt het teruggeven — veel katten knipperen dan terug.
13. Een zwiepende staart is een waarschuwing, geen blijdschap. Anders dan bij honden betekent heftig staartzwiepen bij een kat opwinding of irritatie. Een rechtopstaande staart met een klein haakje bovenin is juist het vriendelijke signaal.
14. Dat is kattentaal in de kern. Wie wil weten wat zijn kat bedoelt, kijkt naar de combinatie: oren, ogen, staart en houding samen. Eén los signaal zegt weinig; oren plat naar achteren met een zwiepende staart zegt genoeg.
15. Kneden komt uit de kittentijd. Het "melktrappelen" stimuleerde bij de moeder de melkgift. Volwassen katten doen het als ze zich veilig voelen.
16. Katten zijn schemerdieren. Ze zijn het actiefst rond zonsopgang en zonsondergang, niet 's nachts. De beruchte avondrace past in dat ritme.
17. Ze slapen 12 tot 16 uur per dag. Kittens en oudere katten nog meer. Dat is normaal roofdierengedrag: energie sparen tussen jachtmomenten door.
18. Een kat likt zichzelf schoon tot wel een derde van zijn wakkere tijd. De ruwe tong werkt als een kam. Poetsen dient ook temperatuurregulatie en het verspreiden van geur.
Kittens
19. Kittens worden blind en doof geboren. De oogjes gaan rond zeven tot tien dagen open, het gehoor komt in de eerste weken op gang.
20. Alle kittenogen zijn eerst blauw. De definitieve oogkleur ontwikkelt zich meestal tussen zes weken en drie maanden.
21. De socialisatieperiode ligt tussen ongeveer twee en zeven weken. Wat een kitten in die weken meemaakt, bepaalt sterk hoe het later op mensen, geluiden en andere dieren reageert — een van de redenen om te letten op vroege socialisatie bij kittens.
22. Daarom mag een kitten niet te vroeg weg bij het nest. In Nederland geldt een minimumleeftijd, en ook daarna leert een kitten nog van moeder en nestgenoten. Zie wanneer een kitten het nest mag verlaten.
23. Kittens spelen om te leren jagen. Besluipen, springen en bijten in speelgoed zijn oefeningen. Speel daarom met speelgoed en niet met je handen — anders leert een kitten dat handen prooi zijn.
Hoe slim zijn katten?
24. Katten zijn slim, maar anders slim dan honden. Ze leren goed door zelf te ontdekken en onthouden waar iets te halen valt. Op commando presteren ze minder, omdat ze van oorsprong solitair jagen en niet in groepsverband samenwerken. "Zijn katten slim" is dus vooral een vraag naar het soort intelligentie: probleemoplossend gedrag en ruimtelijk geheugen zijn bij katten goed ontwikkeld.
25. Ze herkennen hun eigen naam — ze reageren er alleen niet altijd op. Onderzoek laat zien dat katten hun naam onderscheiden van andere woorden. Of ze komen, is een tweede.
Wat je hiermee kunt
De meeste "problemen" met katten zijn geen problemen maar botsende verwachtingen. Een kat die 's avonds door het huis rent, volgt zijn natuurlijke ritme. Een kitten dat in handen bijt, is nooit anders geleerd. Een kat die de bak links laat liggen, vindt er iets van — geur, plek of hoogte.
Wie een kitten in huis haalt, heeft het meest aan de praktische kant hiervan: de ideale omgeving voor een nieuwe kitten, de eerste nacht en het kiezen van een kattenbak.
Twijfel je over gedrag dat plotseling verandert — een kat die stopt met eten, zich verstopt, of ineens naast de bak gaat — behandel dat dan niet als een weetje maar als een signaal, en overleg met je dierenarts.




